
Tranen om mijn mama
Je gaf liefde
Hielp mensen in nood
je bracht leven, zelfs in de dood
Behulpzaam tot in de oneindigheid
Fenomenale vrouw, zus, vriendin, mama en oma

Novembernacht,
Een huis in het bos
De zonnestralen bijna vergeten
Novembernacht,
Het duister groeit
Vuur en kaarsen door zwart bezeten
November, nog steeds die nacht,
enkel warmte binnenin
en ’n bange-ik die wacht
op een vriend of een vriendin.
Uur, na uur. Dag na dag.
De zon zwakt langzaam af.
Ze kwam niet
Hij komt niet
En ik wacht verder af
De donkerte duurt steeds langer
De zon is al zolang geleden
Ik reken niet meer op de volgende dag.
Doe de deur open dan!
Ga de nacht voorbij, de zonsopgang tegemoet!
Nee, bang van het donker
Bang van wat ik niet zie
Dus ik blijf en ik wacht.
Maar op wat of op wie?
Op de koude, die binnensluipt…
Op de maan, die plots warmte geeft…
Op de zon, die toch ooit opkomt…
Of op jou, mijn vlam…
Kom je me halen,
Voor de nacht bevriest?