Ga naar de inhoud

Een traan voor een fenomenale vrouw, zus vriendin, mama en oma

Samen Dichter, voor ons mama. Al ’t hope!

Aan: Maud Vanhauwaert
Titel: voor een fenomenale vrouw, zus, vriendin, mama en oma

Hallo,

Mijn mama is een fenomenale vrouw, zus, vriendin, mama en oma. Was. Wivine Monteyne stierf 28 december 2020 na een ernstige hersenbloeding. Ze was nog maar net aan haar 65ste levensjaar begonnen… veel te weinig.

In elke vezel van mijn lijf voel ik de laatste periode dat ik haar niet kan loslaten. Dat ik krampachtig probeer vast te houden aan alles wat me aan haar doet denken. Ik ben bang om ook maar iets te vergeten, ook maar iets van haar te verliezen. Ik kon niet stoppen foto’s te nemen van hoe ze haar huisje heeft achtergelaten: gezellig, rommelig, bezig. Ik kon niet buitenwandelen in de ziekenhuiskamer toen ik haar voor het laatst zag. Ik kon niet stoppen haar te kussen, haar te proberen knuffelen en m’n hoofd op haar zachte borst te leggen. Ik kon ze niet loslaten. Ondanks alles dat ik aan dat afscheid gehad heb die dag, het was niet genoeg. Hoe neem je afscheid van iemand die alles voor je betekent?

Ze gaf zoveel liefde. Op de avond van haar overlijden bracht ze haar vijf kinderen zelfgemaakt eten en hielp ze een man in nood. Ze bracht zelfs nog leven in de dood. Mijn mama was behulpzaam tot in de oneindigheid. Ze had alles voor ons over en bracht mensen samen en daarvoor verdient ze een eerbetoon. Een eerbetoon van een professional, want niets van wat ik zeg of schrijf doet haar genoeg eer aan. Ik ben niet “gewoon” mijn mama verloren, de wereld is plots een prachtig persoon armer.

Ik hoop dat jullie mij, en de rest van de familie die haar ontzettend missen met dit eerbetoon kunnen helpen.

Hartelijke groeten,
Op een beter nieuw jaar,

Thomas


Ik was een klein gevoelig jongetje. Een mama’s-kindje. Meermaals per dag knuffelde ik je in twee. Te pas en te onpas bracht ik je bezoekjes, als het wat te lang duurde voor jij naar vanachter kwam.

Klap klap klap klap klap
Ik zie je nog zo door de gang wandelen, aritmisch klappend in je kleine handjes met scherpe vingers. Van de apotheek naar de keuken, naar de zoveelste pot verbrandde aardappelen.

Klap klap klap klap klap
Ik ben zolang het maar kon blijven hopen dat je ook zo terug in ons leven zou wandelen. Dat ons de kans werd gegeven de rollen om te draaien en wij eens voor jou konden zorgen. Dat had ik zo graag gedaan. Daar had ik alles voor over.

Ik ben nu groot, maar het gevoelige mama’s-kindje zit er nog altijd. Kwetsbaarder dan ooit. Ik moet het honderden keren luidop gezegd hebben en duizenden keren gedacht; op kampen en scoutsweekends, op school, alleen op reis of gewoon bij een baaldag op het werk. Het is nu meer dan ooit waar…

Ik wil mijn mama.


Nee. Ik begrijp het niet.
Ik kan de volle impact niet omvatten.
Ik krijg m’n kop er niet rond.

Nee. M’n verstand ziet het niet, snapt het niet.
Kan het feit dat jij plots weg bent, niet aan.
M’n hoofd kan niet volgen, Hij holt zo hopeloos achterop, dat ‘m pijn doet.
Nee, nee. Hij kan het wel schudden.

Het dichtste dat ik kom bij de immensiteit van jouw dood, is door te voelen.
Toch weet m’n gevoel het ook vaak niet… tot ie je voelt!
Wanneer ik bij jou ben, of jij bij mij.
Wanneer afstand en nabijheid samenkomen.
Plots een prik en een stroom van tranen.

Ik wil je blijven voelen, hoeveel pijn het ook doet.
Alleen zo komen m’n gedachten tot rust.
Ik ben verslaafd aan verdriet.
Ik ben verslaafd aan jou.


Potten soep in haar kast, lekker eten aan mijn deurknop.
Ontbijt met fruit en granen, spaghetti tegen de sterren op.

Bakken vol comfort food, Desserts voor heel de familie of voor heel de week.

Tonnen hartjes en berichtjes. Telefoontjes in het donker en in het licht.
Kaartjes en brieven, zelfs een zelfgeschreven gedicht.

Een gezellige picknick met een serenade aan Wivine.
Chocotoffs en nougattis, ze gaan er vlotjes in.

Kaarsen voor haar deur, dagelijks opnieuw ontstoken.
Een kaarsje bij mij en aan het graf, tussen de boeketten verdoken.

Het mooie ‘Hold your own’, het boek en het lied. De was, de plas, propere kleren en een mondmasker voor ‘t verdriet.

Van ontelbare wandelingen in de koude,
Tot een onsmakelijke badstok om me proper en warm te houden.

Bossen vol bloemen voor ons.
Een Bed vol bloemen voor haar.
Bij dit alles stel ik mezelf de vraag…

“Hoeveel pech hebben andere mensen met hun vrienden?”


Ik ben veel verloren
Alles van jou, zo voelt het
En stukken van mij, zo merk ik

Ik ken mezelf niet meer
Ik voel mezelf niet meer
Ik ben verdrietig, maar proef de tranen niet

Ik voel niks en toch doet alles pijn
Ik wil vanalles, maar kan niets

Ik kom kracht tekort
Ik ben niet sterk genoeg
Ik zoek ernaar, maar vind het niet

Energiegevers blijken energievreters
Me even afleiden van het lijden, even ademen en moed opdoen
Maar als ik weg ga ben ik ze alweer kwijt

Mijn leven is momenteel één grote verliesstroom
Ik voel me leeg, ik ben uitgeput

Misschien moet ik even rusten
En dromen van een leven, vol zin en vreugde


Geef het tijd.
De kolkende vloedgolf wordt een kabbelend beekje.

Maar ik wil het geen tijd geven. Ik wil er niet doorheen dobberen.
Ik wil door haar geraakt blijven worden. Ik wil door haar overspoeld worden.
Ik heb geen zin in maandenlang treuren en jarenlang gemis.
Ik heb geen zin in het beetje bij beetje vervagen van herinneringen.

Geef het tijd.
Het slijt wel.

Maar ik wil niet dat het slijt. Ik wil de scherpe kantjes er niet afgevijld zien.
De herinnering aan haar moet blijven zoals ze is, en als dat snijdt dan is het maar zo.
Ik heb geen zin in knagende gevoelens… in frustratie of neerslachtigheid.
Ik wil opengereten worden van verdriet. Ik wil alles of niks.

Dus laat de tijd maar. Laat me maar immens en intens verdrietig zijn.
Laat me in mijn tranen verzuipen.
Laat het steken. Blijf steken.
Of kom terug.

Wel ja, kom gewoon terug.
Het is uiteindelijk maar even absurd als je zo plots verliezen…


Moeder alstublieft

Telefoon.
Je zwiert je sjaaltje opzij.
In je jas? Nee.
In je handtas? Nee.
In je broekzak misschien? Nee.
In je andere zak dan? Ah ja.
Altijd in je andere zak. Samen met je onvindbare sleutels.

“Bel ik u of belt gij mij?”

Onbegrip aan mijn kant van de lijn.

Ik vraag je wanneer je komt. Of je nog lang weg blijft?
Het definitief antwoord is ‘ja’.
Ik voel me hulpeloos en hopeloos verloren.
Plots, moeten we alleen verder.

Alleen. Met jou enkel in herinnering maar toch als voorbeeld.
Mama, als ik daar vragen over heb… bel ik u of belt gij mij?


Bellen met mama was altijd een avontuur

Je bent er nog, want je ademt nog.
Je bent er nog, want ik adem nog.

In en uit. In en uit.
Je bent lucht in lucht.

Je gloeit en vloeit.
Van hart naar hoofd.
Van hoofd naar hart.

In en uit. In en uit.
Je glinstert. Je fonkelt. Je schittert. Je straalt.

Je bent licht in licht.



Kon ik je maar vastpakken.


Hoe help je iemand die rouwt? Iemand die zijn leven heropbouwt?
Niemand die het weet. Ieder die het op zijn manier probeert.
Het is als een schot in het duister. Soms is het raak, soms is het mis.
Maar je wilt er zijn, voor die persoon met z’n verlies.

Rouwen is zwaar en donker en in het donker voel je je snel alleen,
Ook al schijnt de zon en heb je tal van mensen om je heen.
Je ziet niet steeds wie naast je staat,
Terwijl jij alleen naar dat pijnlijk plekje in je hoofd toe gaat.

Rouw is iets tussen jou en je rauwe gedachten,
Onwetend wat je er juist van kan verwachten.
Verwerken gebeurt tùssen je oren.
Steun moet je daarom kunnen voelen en niet enkel horen.

BAM. Een schot. Een lichtflits en luide knal.
Een naaste schiet! Was ‘t erop of was ‘t ernaast?
Het kan niet bommen. Het is de poging alleen al die je raakt.

Rouwen is zwaar en donker…
Dus schiet mee, al is het met je ogen dicht.
Want geloof me, het verlicht.